Diagnose
Het is voor de persoon zelf, maar ook voor een arts lastig om een bipolaire stoornis te herkennen.
Zes jaar duurt het gemiddeld voordat de diagnose wordt gesteld (gerekend
vanaf de eerste episode). 50% van de mensen wacht langer dan 5 jaar voordat een
hulpverlener wordt ingeschakeld.
Bovendien, ze zoeken vaak hulp voor andere problemen. Tijdens een manie voelt
iemand zich over het algemeen prima en denkt hij niet dat hij ziek is. De
verschijnselen kunnen ook zo mild zijn, dat de persoon zelf en direct
betrokkenen niet in de gaten hebben dat er sprake is van een ziekte. Het duurt
gemiddeld zes jaar voordat de juiste diagnose wordt gesteld.
Vaak wordt de diagnose uiteindelijk gesteld in een crisissituatie; tijdens
een manische periode. Een psychiater kan aan de hand van de verschijnselen
vaststellen of iemand een bipolaire stoornis heeft. Ook zijn er diverse
vragenlijsten om de diagnose vast te stellen.
Naast een psychiatrisch onderzoek is er ook altijd lichamelijk en
bloedonderzoek. Duidelijk moet zijn dat de verschijnselen niet komen door drugs,
medicijnen of een lichamelijke ziekte.
In een volgende fase van de diagnose wordt de ernst van de bipolaire stoornis
vastgesteld. Ook hier zijn diverse vragenlijsten behulpzaam. Sommige
vragenlijsten kunnen mensen zelf invullen.
Het verhaal van de partner en naaste familie is belangrijk om het beeld compleet
te maken, vooral als iemand in een hypomane periode zit; maar ook om vast te
stellen of de stoornis in de familie voorkomt.
